Heidelberg – Skeiding Guest Farm

Zaterdag 28 augustus – rustdag
Hier op de boerderij is er natuurlijk geen sprake van uitslapen. We willen graag zien hoe de boerderij werkt en zijn uitgenodigd voor een rondleiding, ….. om 7.30uur moeten we ons melden. En dus gaat de wekker wanneer er nog een 6 in de klok zit. Oei!

We worden ontvangen met thee en brisks en voor de kinderen warme chocolademelk. Brisks zijn een soort Afrikaanse (of moeten we zeggen Engelse??) cantuccini. Daarna gaan we met de boer mee, achterin het ‘bakkie’ (pickup) en rijden we naar de schapen. Er gaan twee jonge kerels mee die op de boerderij werken en twee honden om de schapen naar de voederbakken te drijven. Het landgoed is 1200 hectare groot en maakte oorspronkelijk met nog 4 landgoederen deel uit van een groter geheel. Toen boer Uys ca. 80 jaar geleden zijn landgoed over zijn vijf zoons verdeelde, gaf dit middelste deel; de ‘skeiding’ (scheiding) aan. Vandaar de naam Skeiding Guest Farm. Inmiddels is het een boerderij met Merino schapen en Ngundi rundvee en verbouwen ze koolzaad, tarwe, gerst, koriander en erwten.

Tot voor kort hadden ze een grote kudde van de grootste struisvogelsoort (‘volstruis’) ter wereld. Deze hielden ze met name voor export van vlees en daarnaast voor verkoop van het leer en de veren. Als gevolg van striktere Europese regelgeving n.a.v. de vogelgriep werd er veel geld verloren en was het economisch gezien niet langer mogelijk hier mee verder te gaan. Inmiddels loopt er nog maar een handje vol struisvogels rond. Zoals elke boer zijn frustraties kent (is het niet het weer, dan wel de regelgeving), zijn die ook hier aanwezig.

We rijden rond en zien hoe de honden de schapen bijeen drijven naar de voederbakken. We krijgen uitleg over het trainen van een herdershond, over de struisvogels; dat een vrouwtje pronkt door met haar veren te schudden en dat een mannetje? “Hy doen sy lipstift op en verft sy bene rooi.” (rode snavel en rode poten) Er wordt door de kerels naar struisvogel eieren gezocht. Wij moeten in het bakkie blijven, omdat de mannetjes nogal agressief zijn. De kerels nemen een stok mee die ze in de lucht steken. Hiervan zouden de struisvogel mannetjes onder de indruk zijn en dat is afdoende om de agressie te beteugelen. En jawel, er worden eieren gevonden. Een blijft op het nest, de andere gaan mee om naar de incubator gebracht te worden, waar ze zullen worden uitgebroed.

De kinderen mogen vervolgens proberen wie het langst op een ei kan blijven staan. Realiserend dat het ei de ca. 90kg van een volwassen struisvogel moet kunnen dragen, zijn we er niet bang voor dat er een ei kapot gaat. We horen dat het wel eens een persoon van 120km heeft gedragen…. De jongens proberen er zo lang mogelijk op te staan (zie ook het stukje dat Pepijn erover geschreven heeft), maar wanneer ze wat wild worden is het tijd om te stoppen en de nog warme eieren naar de boerderij te brengen. Er wordt nog een bosje verse koriander geplukt om over het te bakken omeletje te strooien en dan rijden we terug. (Leuk weetje, de inhoud van een onbevrucht struisvogelei is ongeveer gelijk aan 24 kippeneieren van gemiddelde grootte!)

Op de boerderij genieten we van een heerlijk struisvogelei-omelet, vers gebakken brood, ‘salamie’ van struisvogel, kazen en allerlei huisgemaakte confituren. Wanneer de kinderen weer aan het spelen zijn, komt Neels nog even bij ons aan tafel zitten. We hebben een leuk gesprek over het bedrijf. Het lijkt wel alsof het Zuid-Afrikaans hier nog sterker verwant is aan het Zeeuws. Zelfs uitdrukkingen als ‘trekken op’ (“wat zoveel betekent als ‘lijken op’, (“Hij trek op sy broer”) herkennen we. Heel grappig. De taal, verhalen over het boerenleven, de sfeer op de boerderij en het huisje waar we in zitten, geven me ergens een gevoel van herkenning van vroeger, thuis bij Suzan. Leuk en bijzonder om dit zo ver van huis te ervaren.

De kinderen spelen inmiddels lekker buiten met Joshua, hun Duitse buurjongen. Hij is 10 jaar en anderhalve kop groter dan Pepijn. Ze spelen heel leuk met zijn vieren. Aaf speelt met de grote jongens mee en staat haar mannetje wonder wel tijdens het spelen en stoeien op de trampoline. Wij genieten van de prachtige omgeving en zien tevens ook een hoop nieuwe soorten vogels, zoals de blauwe kraanvogel, Fiskaallaksman, Hamerkop, Jangroetjie, Southern Masked Weaver.

’s Middags rijden we naar Heidelberg om eten te kopen voor de komende dagen waarin we weer zelf voor ons eten zullen zorgen. We gaan even kijken bij een oude, Nederlandse kerk en raken buiten aan de praat met een Zuid-Afrikaan. Hij draagt een korte broek, waardoor we meteen zien dat hij een goed been heeft en een prothese been. Hij vertelt dat hij bezig is met een tocht van 7.000km door Zuid-Afrika, die hij te voet aflegt! Petje af. De gedachte dat wat je wel of niet kunt voor het merendeel in je hoofd en dus door karakter wordt bepaald, wordt ook hier weer bevestigd.

Op de terugweg luisteren we naar ‘Geef me de ruimte’ van Thea Beckman. Aafje is moe en dommelt even weg. ‘Thuis’ gekomen doen de jongens huiswerk en spelen ze weer met Joshua. Daarna genieten we van de heerlijke lasagne die Alphons heeft gekookt. Daarna maakt hij met de jongens de openhaard binnen aan, maar dat moeten we met veel rook bekopen; het hout blijkt erg nat te zijn. Morgen misschien toch maar weer de verwarming aan. Het aanmaken van het vuur gebeurt hier met theezakjes die in een potje paraffine hebben gelegen. Werkt als een dolle.

Zondag 30 augustus – Uitstapje naar … wat een rustdag wordt
Het zat er natuurlijk in met al die gravel roads, potholes, etc. Een lekke band. Juist op het moment dat we op pad willen gaan, ontdekken we dat één van de achterbanden lek is. Het blijkt overigens gewoonweg een dikke schroef te zijn waar we kennelijk overheen zijn gereden. Het reservewiel is geen thuiskomer, maar ook niet helemaal het formaat wat het zou moeten zijn (de diameter is kleiner, maar breedte van de band wel gelijk). We leggen het reservewiel erop en nemen contact op met het verhuurbedrijf. Deze geven aan dat we onze auto wel kunnen inruilen tegen een nieuwe wanneer we in Hermanus zijn, onze volgende plaats van bestemming en waar eveneens een steunpunt van het verhuurbedrijf is gevestigd. Dat klinkt wat overdreven voor een lekke band, maar we houden het als optie aan. Hier in de buurt moet er vast een shop te vinden zijn die onze band wil plakken/vervangen. Het is echter zondag en dan zijn ze dicht, dus dat wordt morgen.

Aangezien het ook erg slecht weer is, er slecht zicht is door laaghangende bewolking en regen, besluiten we lekker thuis te blijven. Open haard aan, huiswerk, spelletjes, we vermaken ons prima! ’s Avonds leggen we voor het eerst zelf een snoek op de braai. In de winkel even gevraagd naar bereiding suggesties: insmeren met knoflookboter, besprenkeld met citroensap en daarna inpakken in aluminiumfolie. Voor herhaling vatbaar!

12 Skeiding snoek op braai

Maandag 31 augustus – bezoek Swellendam
Het is grijze en natte bedoeling buiten als we opstaan en het lijkt erop dat dat zo de gehele dag blijft. Aangezien we de afgelopen 2 dagen vooral thuisgebleven zijn, besluiten we toch op pad te gaan. Een prima dag om een stadje te bezoeken en een museum.

We rijden naar Swellendam, de 2-na oudste stad (na Stellenbosch en Kaapstad) van Zuid-Afrika en dit is ongeveer 30 minuten rijden. Swellendam is ontstaan rondom de ‘Drostdy’, oftewel de residentie van de Landdrost (magistraat), die hier door de VOC was neergezet in 1747. Op dat moment was deze plek dichtbij de Oostelijke grens van wat we gemakshalve maar even de VOC kolonie in Zuidelijk Afrika noemen. In de omgeving toentertijd (en nog steeds) uiteraard veel boerenbedrijven die de grond die ze verbouwden in ‘pacht’ hadden gekregen van de VOC (hoezo waren zij eigenaar??); de pacht werd voldaan door een (groot) deel van de landbouwopbrengsten te verkopen aan de VOC (tegen door de VOC vastgestelde prijzen; ja, dat waren nog eens tijden). Aan de grens van de uitdijende gebieden, zagen de boeren steeds meer ruimte en kans om deze pacht/belasting te ontduiken, danwel hun boeltje op te pakken en een eindje verderop te gaan boeren zonder het juk van de VOC.

Reden genoeg voor de VOC om in de uitdijende gebieden een soort buitenpost op te zetten met in eerste instantie een vooral juridische insteek: controle op de gemaakte afspraken. Tegenover de residentie verscheen dan ook in 1749 een gevangenis (de ‘gaol’). Deze buitenpost trok uiteraard ook allerlei andere zaken aan en al snel vormden zich een kleine nederzetting met ook allerlei ambachtslieden.

Het Drostdy museum is een complex van zowel de originele residentie en de gevangenis als enkele nagebouwde ambachtshuizen in een soort openluchtmuseum vorm. Het is een erg leuk en leerzaam museum. De residentie is ingericht met zoveel mogelijk meubels uit de 18e eeuw; er hangen ook veel kaarten uit die tijd waarop we duidelijk de ontwikkeling van de ‘kolonie’ kunnen volgen. Tevens hangen er kopieën van beroemde schilderijen van Nederlandse schilders, zoals het melkmeisje van Vermeer en zowaar de Molen van Wijk bij Duurstede van Jacob van Ruisdael! Herinneringen van alle keren dat we, wonend in ‘Wijk’ met de kleine Pepijn in de kinderwagen naar de molen liepen, borrelen naar boven.

In de oude gevangenis bezoeken we een cel, is er een expositie over de Khoi-san bevolking die toentertijd in deze omgeving woonde en hoe de Nederlanders naar hen keken. Dit is o.a. opgetekend door de Nederlanders in allerlei etsen en potloodtekeningen en een aantal daarvan zijn hier te bezichtigen. Uitgebreid staan we vervolgens stil bij de verschillende ambachtshuizen; van molenaar, leerlooier, wagenmaker (‘wamaker’), tot kuiper (“en de ton die viel in duigen” pakken we ook meteen even mee. Kort ervoor had Pepijn een stel spreekwoorden en gezegden geleerd, leuk om dit praktijkvoorbeeld hier mee te kunnen pakken.); elk huisje wordt tot in detail bestudeerd.

Halverwege het bezoek hebben we dan ook even wat energie nodig en tanken we bij in het kleine, gezellige tearoom. Heerlijke taarten lachen ons toe en aangezien we allemaal slecht zijn in kiezen, nemen we 3 verschillende stukken die we met z’n vijven nauwelijks wegkrijgen, zo groot zijn de porties. Vervolgens bezoeken we ook nog het Mayville huis, dat rond 1855 gebouwd is en ingericht is met meubilair en dagelijkse spullen van eerste helft 20e eeuw.

Na ons bezoek aan het Drostdy museum rijden we nog even door Swellendam zelf heen over de hoofdstraat. Na nog geen 500m zijn we reeds de tel kwijt hoeveel kerken we al gezien hebben, laat staan dat we de verschillende richtingen van (met name) protestantse kerken bij hebben kunnen houden. Zoals in wel meer steden en dorpen in Zuid-Afrika is de NG Kerk (zo wordt hij hier genoemd, in Nederland kennen we dit als Nederlands Gereformeerde Kerk) de grootste en meest centrale kerk. Het is duidelijk te zien dat deze kerkgemeenschap goed bedeeld was toen men de kerk in 1802 bouwde en later in 1902 vergrootte. Het is een, zeker voor een protestantse kerk, vrij flamboyante verschijning. We gaan even naar binnen om het bekijken.

Eenmaal buiten worden we aangesproken door een wat oudere vrouw, een bedelaarster. Ze vraagt of we wat geld hebben zodat ze eten kan kopen. We bieden haar een half brood en een appel aan, maar daar ging het haar (uiteraard of misschien moet ik zeggen: helaas) niet om. Hebben we niet ook wat geld? Terwijl ze wat dichter bij me komt, komt de alcohol geur je ook tegemoet. Tsja, ook dat is natuurlijk een kant die je hier tegenkomt, alhoewel het ons is opgevallen dat we tot nu toe in dit deel van Zuid-Afrika dit nog niet veel gezien hebben. Het is wel even een moment dat behoorlijk indruk maakt bij de kinderen. In de auto wordt er veel over gesproken; Aafje heeft het er ’s avonds bij het eten nog steeds over.

Dinsdag 1 september – regen, regen en een wandeling door de regen
Weer een dag met regen en het komt dit keer met bakken uit de lucht. We staan rustig op en besluiten de weersvoorspelling maar eens bij de boer zelf op te vragen, die weten het meestal het beste. Zo rond de middag zal het droog worden en vanaf morgen mooi weer. De jongens doen nog wat huiswerk en we ruimen alvast wat op, aangezien we morgen alweer verder trekken.

Aan het einde van de ochtend kriebelt het zodanig (vooral bij Alphons) dat we toch besluiten in de auto te stappen naar Grootvadersbosch om daar wat te wandelen. Dit ondanks het feit dat het bij tijd en wijle nog regent. Grootvadersbosch hadden we gisteren al op een kaart uit 1790 zien staan en is inmiddels een natuurreservaat. We nemen het voor lief dat de uitzichten wat minder zijn dan in de folders en melden ons bij het kantoortje voor een dagvergunning en wandelkaart.

‘Are you guys serious?’ is wat de ranger ons vraagt, nadat hij ons even heeft gadegeslagen en ontdekt dat er maar liefst 3 kinderen mee willen lopen waarvan de jongste 4 is. Yep! Vanwege de nattigheid van de afgelopen dagen zijn niet alle paden goed bewandelbaar, maar er is nog steeds een leuke route te doen.

Eenmaal op pad komt ons een kakafonie van geluiden tegemoet van vogels, kikkers en wat al niet meer zij. Geen van deze beesten laat zich echter tijdens onze wandeling echt zien. We zien vooral regenwormen en in zulke formaten dat Aafje er toch maar voor de zekerheid met een grote boog omheen wandelt; het zijn ook wel echt joekels (ca.40-60cm). Het wandelpad is inderdaad erg nat en op sommige plekken aardig glad. Toch is het best een mooie wandeling. We zien hierbij ook zwammen in allerlei kleuren: paars, rood, geel, wit, donkerbruin en lichtbruin etc. “Hé die groeien toch alleen in de herfst? En het is hier nu lente, hoe kan dat?”, vraagt een van de kinderen. Net als het weer, dat voor ons regelmatig hoogzomers aanvoelt (ok, de regenbui wellicht iets minder) terwijl het hier eind winter/ begin van de lente is.

De belangrijkste obstakels zijn de voortdurende regen en de beekjes, die door de aanhoudende regenval van de afgelopen dagen in snelstromende riviertjes zijn veranderd. De anders idyllische oversteekplaatsen over enkele keien in een beek, blijken een nu behoorlijk lastige hindernis te zijn. Bij eentje staan we op het punt rechtsomkeert te maken; toch besluiten we door te gaan wat Annemarit helaas een doorweekte rechterschoen oplevert. We maken de wandeling snel af (‘glad you guys are back’) en rijden vlug terug naar ons huisje om lekker bij de open haard op te warmen.

’s Avonds eten we bij het restaurant van de Guest farm zelf. Een paar dagen geleden hebben we in een gezellig gesprek met de boerin/eigenaresse gesproken over typisch Afrikaanse gerechten; o.a. potjiekos kwam toen ter sprake, iets wat we ook al wel eens eerder hadden gehoord en hadden zien staan. Het blijkt een lamstoofpotje te zijn die traditioneel in een grote zwarte ketel op het haardvuur wordt gemaakt. Ze vindt het leuk om dat eens voor ons te maken.

En dus besluiten we onze laatste avond hier aan te schuiven ipv zelf eten te koken. We zitten gezellig aan tafel bij het haardvuur waarop een zwarte pot al sinds begin van de middag staat te pruttelen. Bij ons aan tafel zit ook nog een pasgetrouwd stel uit Friesland die op huwelijksreis zijn. We laten het ons goed smaken en de boer/boerin zijn goede gastheer/-vrouw; ze kletsen ook veel met de kinderen (zij Afrikaans, de kinderen Nederlands met af en toe een Afrikaans woord ertussen). Het is erg gezellig; wederom zeer hartelijke mensen die ons ontvangen hebben. Tijdens de gesprekken weten de kinderen ook nog te regelen dat ze morgenochtend nog een keer mee mogen op de rondleiding; de ouders mogen lekker thuisblijven, de kinderen mogen met de honden in het bakkie en de rest van de gasten (inmiddels zijn er ruim 12 andere gasten) gaan in een aanhangwagen erachter. Ze hebben het al bekokstoofd, heerlijk, en de boer zelf lijkt nog de grootste lol erin te hebben.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *