Sossusvlei, Dead vlei, Dune 45

Woensdag 9 augustus – Dead vlei, Dune 45
Terwijl iedereen nog ligt te slapen, ga ik rond 6.00uur met een kop thee op het terras zitten om de dag schrijvend te beginnen. Anderhalf uur later is iedereen wakker en gaan we ontbijten.

We kiezen ervoor om na de meute te gaan rijden. Rond 5.30uur vertrok de bus met Spanjaarden. Eerder hadden we al gehoord dat veel bussen de vallei als eerste op het programma hebben staan. Om file rijden te voorkomen, rijden we om 8.15uur weg. Het is een mooie rit en een uur later zijn we bij de gate. Iets voor half elf zijn we aan het einde van de weg bij Sossusvlei waar we een shuttle nemen voor het laatste stukje. Zelfs met een goede 4×4 was ons door de Kampies aangeraden om hier de shuttle te nemen. We zijn blij dat we dit advies ter harte hebben genomen, want het is een en al zand waar we door rijden en dat vraagt toch wel wat ervaring. De rit wordt door Pepijn beoordeeld als beter dan de achtbaan. Onderweg zien we inderdaad gestrande auto’s van mensen die de shuttle niet hebben genomen. Wanneer we aan het begin van de Deadvlei worden afgezet zien we dat we niet de enige zijn. De eerste keer sinds we in Namibië zijn, waar juist de uitgestrektheid en leegte overheersen, lopen we in de stroom van toeristen mee.

Deadvlei is een indrukwekkend (opgedroogd) bodem van een meer, omgeven door rode zandduinen. Er staan dode kameeldoornbomen in. De vloer is gebarsten van de droogte. Eigenlijk was hier altijd een rivier die naar de zee stroomde, maar geleidelijk aan, door de droogte, hebben de duinen terrein gewonnen, de monding van de rivier met zulke hoge zandduinen de weg verspert, dat als er water in de rivier kwam, deze niet verder kwam; een “dead-end”. Af en toe valt er nog genoeg regen dat de deadvlei en de sossusvlei vol met water komen te staan, maar tot aan de kust komt het water niet meer. Vervolgens staat er maanden water, verdampt het en staat er weer jaren een droge vlakte. Later in Swakopmund leren we dat de duinen met een flinke opmars bezig zijn; een combinatie van droogte (klimaatverandering) alsook de ontrekking van goede kwaliteit zand voor de bouw uit de rivierbeddingen zorgt ervoor dat de natuurlijk ‘zuivering’ van het oprukkende zand terug de zee in (waar het vandaan komt) niet meer of in geringe mate plaatsvindt.

Alphons spot de Namibische woestijn kevers waar ik graag foto’s van wil nemen voor mijn boek. Super! Deze kevers weten ’s ochtends met behulp van structuur op hun vleugels hun vocht uit de mist te halen. Na nog vele foto’s en tijden genieten van de omgeving lopen we terug en pakken we de shuttle terug naar het parkeerterrein. Daar eten we op ons gemak een boterham.

Na de boterham rijden we terug. Na ongeveer 15km, komen we bij Dune 45, die zoals de naam doet vermoeden, 45km van de toegangspoort tot het natuurpark ligt. We zijn vroeger bij Dune 45 dan we hadden ingeschat en besluiten nog even te wachten met het beklimmen, zodat we straks kunnen genieten van een lager staande zon wat weer een mooier uitzicht oplevert. Het is verbazingwekkend rustig. Ondanks dat deze duin een van de weinige zo niet de enige is die je mag beklimmen en hij ook nog een in de Lonely planet staat, staan er slechts twee andere auto’s. Na een kwartiertje zijn de mensen weg en zitten wij alleen in de schaduw van de boom, onderaan de duin. We lezen wat en Floris en Aafje ontdekken een gekko en twee salamanders.

Rond een uur of drie beginnen we met het beklimmen van de duin. We hebben de tip ter harte genomen om het op slippers te doen en al snel lopen we zelfs op blote voeten. Halverwege steekt er een windje op, waardoor onze blote benen worden blootgesteld aan het rondvliegende zand. Het duurt even, maar dan zijn we gewend aan de speldenprikken. We vinden het een heel bijzondere ervaring om op de kam van de duin te lopen. Aan de kant waar de wind vandaan komt, is er een scherpe lijn te zien, aan de andere kant is de duin rommeliger en bobbeliger.

Bovenop blijven we even genieten van het uitzicht. De biltong komt uit de tas evenals het water. We ontdekken een zwart wit spinnetje dat zich razendsnel over het zand voortbeweegt. Het uitzicht van bovenaf is schitterend, helemaal met de steeds lager staande zon. Als je de zon wilt zien opkomen of volledig ondergaan in dit gebied, moet je hier ook kamperen. Je mag dan een uur eerder de weg op en een uur later terugkomen.

Op de terugweg bellen we vanuit de auto naar de Living Desert Tours om een reservering te maken voor ergens komend weekeind. Deze excursie waarbij je de woestijn in gaat en leert over allerlei dieren en planten die hier leven, lijkt ons super leuk. Helaas, helaas. Ze zijn helemaal volgeboekt. Balen! Kennelijk is dit zo populair dat we dat eigenlijk vanuit huis al hadden moeten boeken en dat dan ook al maanden van tevoren. We komen duidelijk in wat meer toeristisch gebied! Een van de mensen die deze tour begeleidt, biedt aan om ons te bellen, mochten ze een afmelding hebben. Daar hopen we dan maar op.

Terug bij Hammerstein spoelen we al het stof van de dag van ons af. Het zit werkelijk overal. We hebben ook het gevoel dat we bij elke inademing veel fijnstof inademen en het hoofd er helemaal mee gevuld zit. Het genot schone haren is maar van kort duur. Om rekening te houden met de waterschaarste hier douchen we desondanks maar eens in de zoveel dagen. Door de opkomst van het toerisme en daarmee de aanleg van lodges is het grondwaterpeil behoorlijk gezakt. Met alle gevolgen van dien voor beplanting en dieren. Het begint bij Fons al te kriebelen; het moet toch mogelijk zijn om water te hergebruiken. Er hangen vaak wel briefjes met de vraag om spaarzaam met het water om te gaan, maar timers op de douche en verbruik van douchewater voor het toilet oid zouden vast nog heel wat winst opleveren.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *